DE LEVENSADER

Energie aan land gebracht

Stroom in de zeebodem

Gemini Windpark produceert een ongekende hoeveelheid energie. Maar hoe komt alle stroom aan de wal? Daar zorgen twee ‘exportkabels’ voor. Gezamenlijke lengte: meer dan 200 km. In het voorjaar van 2015 werden ze op de bodem van de Noordzee gelegd. Beter gezegd: veilig begraven in het zeebed. Een sterk staaltje.

Zogende zeehonden

Met behulp van onder meer databases van Rijkswaterstaat is de geomorfologie van de zeebodem in kaart gebracht, om daarmee de routing van de kabels te kunnen bepalen. Vervolgens zijn ze begraven, op sommige plaatsen tot een diepte van wel 12 m onder het zeebed. Dit was vooral boven Rotterplaat het geval, waar de bodem ligging zeer dynamisch en de stroming het sterkst is. Het vereiste behoorlijke baggerwerkzaamheden (acht miljoen m³). Daarnaast is specifieke apparatuur gebruikt voor het begraven van de kabels onder het wad. In de fasering van deze werkzaamheden werd onder meer rekening gehouden met de zoogperiode van de zeehonden in het gebied. In een enkel geval is horizontaal geboord in de zeebodem, om reeds bestaande kabels in het zeebed te kunnen kruisen. Innovatie en de toepassing van nieuwe technieken zijn daarmee onlosmakelijk verbonden met dit deel van de realisatie van het windpark.

 

Onder controle

De electriciteit gaat met 220 kV door de kabels, om aan land in het transformatorstation omgezet te worden naar 380 kV. Daarna vindt de levering aan het landelijk energienet plaats. Het onderhoud aan de kabels is in principe beperkt, omdat gewerkt is met het ‘bury and forget’-principe. Van echt vergeten is echter geen sprake: de kabels worden continu gemonitord met behulp van een Distributed Thermal Sensing-systeem (DTS). Hiermee kan de temperatuur in de kabel op elke locatie inzichtelijk gemaakt worden. Daarnaast vindt jaarlijks een survey van de kabelligging plaats. Zo wordt onder andere de veiligheid voor de scheepvaart en het milieu geborgd.

 

 

Het is een operatie binnen de operatie: twee transformatorstations onderling verbinden en de opgewekte stroom naar het vaste land transporteren. Het vraagt meer dan 200 km aan exportkabel, een lengte die nog niet eerder is toegepast. Weliswaar heeft de kabel een bescheiden diameter van circa 30 cm, het gewicht is alleszins respectabel: tussen de 90 en 104 kilo per strekkende meter. Rol de totale lengte maar eens op en probeer het op een schip te krijgen, dat is ondoenlijk. De kabels, geproduceerd door het Duitse bedrijf NKT in Keulen, zijn daarom in delen aangevoerd en met groot uitgevallen ‘kroonsteentjes’ waterdicht verbonden. Het resultaat: 16 tot 32 km aan kabel, die door het nieuwe installatieschip Nexus geladen kon worden – met recht een meesterproef, die glansrijk is doorstaan. Voor het verbinden van de kabelstukken zijn verschillende technieken gebruikt; van een ‘harbour joint’ in de haven van Rotterdam tot en met ‘inline joints’ op zee.

 

Bodem bezaaid

Vanaf januari 2015 zijn in verschillende fasen de kabels gelegd tussen het vaste land – het transformatorstation in de Eemshaven – en het windpark. Daar ging een fase van uitgebreid onderzoek aan vooraf. De zeebodem is namelijk geen ‘maagdelijke grond’, waar even ongezien een kabel in begraven kan worden. Waar op het vaste land de ondergrond vol ligt met kabels en leidingen, is dat op zee ook zo – oude en nieuwe exemplaren bevinden zich hier, van olieleidingen tot en met telecom- en stroomkabels. Voeg daarbij alles wat van schepen is afgewaaid, restanten uit twee wereldoorlogen en een zeebodem die door stroming voortdurend verandert. Ook spelen eisen vanuit natuur, milieu en cultuur een rol. De kabels gaan 15 km lang onder het Nederlandse waddengebied door: Natura 2000-gebied en Unesco-werelderfgoed. Tenslotte is veiligheid een belangrijk issue. Voorkomen moet worden dat de kabels door ankers of visnetten worden geraakt. In het uiterste geval dat toch één van de kabels buiten werking raakt, kan de andere verbinding minimaal 70 procent van het totale vermogen (600 MW) naar de Eemshaven transporteren. Kabels en transformatoren zijn hierop berekend.