HET GEMINI-TEAM

Bij Gemini gaat veel van de aandacht naar de aanleg van het windpark offshore. Dat er ‘aan de wal’ ook het nodige moet gebeuren, weet Dennis Froeling als geen ander. Hij is Package Manager Onshore Substation. Met andere woorden: hij zorgt ervoor dat de stroom veilig aan land komt en het Nederlandse stroomnet op kan. Een kennismaking.

Dennis Froeling

over de bouw van

het landstation

Rustig blijven onder hoogspanning

Begin 2014 kwam Dennis Froeling aan boord van het Gemini-team, ‘uitgeleend’ van HVC – een van de aandeelhouders. Zijn opdracht: de bouw van het Land High Voltage Station (LHVS) in de Eemshaven. Bij HVC had hij diverse projecten begeleid op het gebied van procestechniek, vaak ook in de civiele sfeer. Dit is zijn eerste offshore project, maar met een belangrijke component op het land: ervoor zorgen dat de stroom die op zee wordt opgewekt, goed en veilig het netwerk van Tennet bereikt en daartoe wordt toegelaten. ‘In een nauwe samenwerking met onze Electrical Package Manager, die verantwoordelijk is voor de gehele stroomketen van Gemini, ben ik aan de slag gegaan. Wat zijn de technische eisen, welk basisontwerp past daarbij? Hoe groot zijn bijvoorbeeld de trafo’s die de stroom van 220 kv naar 380 kv gaan omzetten, zodat de stroom over de hoogspanningskabels verder getransporteerd kan worden?’ Vanaf die vroege fase dacht hoofdaannemer Van Oord, een van de andere aandeelhouders van Gemini, actief mee over de beste oplossingen.

 

Birdseye view LHVS:

Aan de rechterkant komt de stroom van zee binnen op het station. Links verlaat de stroom het LHVS richting Tennet (op de achtergrond).

 

foto Jan Alsema, Van Oord

Geen voorbeeld

Net zo goed als offshore veel onderdelen van het windpark dubbel zijn uitgevoerd (zoals de platforms en de kabels), is dat in het LHVS ook het geval. Dennis legt uit: ‘De betrouwbaarheid van het systeem moet top zijn. Airco’s zijn bijvoorbeeld dubbel uitgevoerd. Sowieso is het gebouw ruimer uitgevoerd dan volgens de plaatsing van de apparatuur noodzakelijk zou zijn. Zo houden we ook een stuk flexibiliteit naar de toekomst.’ Zoals bij veel aspecten van Gemini was ook hier innovatie noodzakelijk: ‘Een landstation als dit was nog niet eerder gebouwd. De functionele eisen waren op zich niet nieuw, maar wel de vertaling naar de specifieke techniek van dit grote windpark. Er was geen voorbeeld, we moesten het zelf uitvinden.’

Tegelijk met de financial close van Gemini (waarbij alle financiële contracten met de investeerders werden getekend), ging op 14 mei 2014 ook de eerste paal van het LHVS de grond van de Eemshaven in. ‘Van aardbevingen hebben we in dit gebied gelukkig geen last. Wel is de grond slecht waterdoorlatend, er lag hier een moeras in vroeger tijden.’ In het najaar van 2015 werd een volgende mijlpaal bereikt: de twee offshore stations en het landstation werden ‘op spanning gebracht’: ‘Voordat er stroom vanaf het park naar het land gaat, moest er eerst stroom die kant op, als een soort van bouwstroom op zee. Dat is allemaal gelukt.

En nu zien we iedere dag hoe de hoeveelheid stroom die het land bereikt toeneemt, met elke turbine die in gebruik wordt genomen. Daar doen we het allemaal voor!’